Traditioneel zijn de primaire kleuren rood, geel en blauw. Met behulp van deze drie kleuren en zwart en wit zijn in theorie alle andere kleuren te mengen. Meng je twee primaire kleuren, dan krijg je een secundaire kleur. Zo is oranje een secundaire kleur, want een mengeling van geel en rood. Bruin is dan weer een tertiaire kleur, omdat er drie primaire kleuren nodig zijn om tot bruin te mengen. Om de basis van kleuren mengen onder de knie te krijgen, is het zinvol om een kleurencirkel te schilderen. Hieronder zie je een voorbeeld daarvan:
Non-figuratieve of abstracte kunst, is kunst waarin in eerste instantie geen voorstelling uit de natuurlijke wereld te herkennen is. Het is niet de bedoeling om “dingen” af te beelden, maar is in plaats daarvan een uiting van een gevoel, een principe, een beweging of ander abstract idee door de kunstenaar. Veelal is er bij non-figuratieve kunst sprake van expressief kleurgebruik en hebben de schilderijen of andere kunstwerken een bijzondere compositie.
Figuratieve kunst is kunst waarin een voorstelling te ontdekken is. Wanneer je dus in de kunst mensen, dieren, voorwerpen of andere objecten kunt herkennen, dan spreken we van figuratieve kunst. Tegenover figuratieve kunst staat non-figuratieve kunst, of abstracte kunst.
Gebruiksvoorwerpen die op machinale wijze in grote hoeveelheden worden gemaakt – massaproducten dus – worden óók vormgegeven. De industrieel vormgever houdt zich bezig met het ontwerp van theeketels, gereedschappen, knuffels en alles wat er verder nog van de lopende band af moet rollen. Bij de productie van massaproducten komen heel andere eisen om de hoek kijken dan bij het maken van een uniek object.
Zo moeten deze producten, afhankelijk van de afzetmarkt, bijvoorbeeld goedkoop gefabriceerd kunnen worden, makkelijk stapel- en vervoerbaar zijn, en altijd een duidelijk (liefst groot) publiek aanspreken.
Een beeld is in harmonie, wanneer de beeldaspecten met elkaar in evenwicht zijn. Dat betekent niet dat een harmonisch beeld saai is! Juist door constrasten, perspectief, vlakverdeling, compositie van de elementen en kleur met elkaar in harmonie te brengen, wordt de aanschouwer niet afgeleid en kan het schilderij in volle glorie de afbeelding communiceren.
Harmonie is natuurlijk een bijzonder subjectieve classificatie. Desalniettemin kan de term behulpzaam zijn, om uit te leggen waar het in een schilderij schort, of waar juist de spanning wordt opgebouwd door de harmonie subtiel (en gekozen) te doorbreken.
Een manier waarop een materiaal of gereedschap kan worden gebruikt, wordt een hanteringswijze genoemd. Op materialen en gereedschappen zijn altijd meerdere hanteringswijzen toe te passen. Zo kun je een krijtje bijvoorbeeld haaks op het papier zetten, schuin houden, of helemaal plat tegen het papier aandrukken. Op papier kun je schilderen, maar je kunt het ook in stukken scheuren en gebruiken in een collage. En schilderij kun je maken door een met een verfkwast dikke toetsen op te zetten, of je kunt net zo lang met gedetailleerde penselen schilderen, totdat de streken niet meer zichtbaar zijn.
De hanteringswijze is zo uiteraard bijzonder belangrijk voor het eindresultaat en wil je bepaalde resultaten van een kunstenaar kopiëren, dan is het erg zinvol om te bestuderen welke materialen, gereedschappen én hanteringswijzen de kunstenaar heeft gebruikt. Youtube-filmpjes kunnen hier ook bijzonder instructief in blijken!
Een uit losse onderdeken samengesteld stevig geheel, dat is een constructie. Doorgaans gaat het om ruimtelijke werken. Dat gaat op in de architectuur en de techniek, maar ook in de kunst, en de verschillende velden vinden elkaar ook regelmatig: want is de Eiffeltoren een technische, architectonische of een kunstzinnige constructie?
Constructies kunnen klein zijn, maar zijn dat doorgaans niet. Juist in hun omvang zijn constructies vaak imponerend. Ze kunnen zo groot worden als een tentoonstellingszaal, of zelfs nog groter, en veel constructies worden zo opgebouwd dat de bezoeker door het werk heen kan lopen en zo onderdeel wordt van het geheel. Door toepassing van moderne (multimediale) technieken, worden constructies vaak zelfs interactief. Via sensoren worden bijvoorbeeld bewegingen of geluiden van bezoekers dan omgezet in een verandering in het werk. In kleur, licht, beweging, vorm… Zo wordt kunst een belevenis.
Een beeldmerk, of logo, is een beeld dat in één oogopslag kan worden herkend en dat kenmerkend is voor een bedrijf, product, of band bijvoorbeeld. Goede beeldmerken zijn afgeleid van het product, of de productnaam en stralen uit wat het bijbehorende merk wil uitstralen.
Snelheid, betrouwbaarheid, innovatie, gezelligheid of keiharde death metal. Bekende beeldmerken zijn de Golden Arches van McDonalds, de snelle langgerekte v van Nike, en het vriendelijke appeltje van Apple.
Het bedenken van logo’s is een vak. Dat een beeldmerk meteen herkenbaar is, wil nog niet zeggen dat het simpel is om er één te bedenken, of ook maar te reproduceren. Probeer het eenvoudige beeldmerk van de NS maar eens zonder voorbeeld te tekenen!
Beeldende middelen zijn alle aspecten die je gebruikt om een twee- of driedimensionaal beeld te maken. Hieronder vallen materiaal, gereedschap en techniek, maar bijvoorbeeld ook de beeldaspecten. De beeldende middelen vormen de receptuur voor een kunstwerk. Wanneer je deze beschrijft geef je aan welke ingrediënten je hebt gebruikt, maar ook hoe je ze hebt toegepast, en in welke pan je ze op middelmatig vuur hebt laten sudderen.
Een basisvorm in de kunst is een abstracte vorm waarmee een compositie kan worden opgebouwd, of een figuur samengesteld. Tweedimensionale basisvormen zijn bijvoorbeeld het vierkant, de cirkel, de driehoek en de rechthoek. Driedimensionaal kennen we de kubus, de bol, de kegel en de cilinder.
Bij een klassieke kunstopleiding wordt veel aandacht besteed aan het tekenen van de basisvormen. Dagenlang worden er rechte lijnen, perfecte vierkanten, cirkels en driehoeken getekend. Wanneer je weet hoe een complexe vorm naar basisvormen in hun onderlinge proporties kunt terugbrengen, is eigenlijk alles te tekenen. De basisvormen zijn zo voor de figuratieve tekenaar, wat de logica is voor de filosoof: de pure basis, waarop alles verder kan worden uitgebouwd.