Kubisme

Kubisme wordt ook wel gezien als een avant-gardistische kunststroming, in de jaren ’20 van de vorige eeuw. In mijn vorige post, waar ik Op-Art uitlegde, is Kubisme een soort tegenhanger. Waar strakke vlakken en stilleven de rode draad is binnen deze vorm. Echter hebben deze twee kunststromingen ook wat gemeen met elkaar, namelijk verschuivingen die duidelijk waarneembaar zijn. Hierdoor kan een schilderij het 3D effect krijgen wat je ook vindt in de Op-Art. De reden waarom het kubisme wordt genoemd, is omdat het allemaal is begonnen met de kubus. De kubisten hielden ervan om de natuur te tekenen met alleen gebruik van kubus -, en kegelvormen en bollen.

Op-Art

Op-Art staat voor optische kunst en is een kunstvorm dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw is ontstaan.

Marcello- Dizzy2_gpk

Op-Art- Bron: Marcello

 

Op-Art wordt vooral in de schilderkunst toegepast. Maar in de beeldhouwkunst wordt het niet uitgesloten. Het kenmerk wat hier centraal staat is optische illusie, waarmee het gebruik van vele verschillende kleuren en vormen door elkaar gaan en tegelijk toch iets uitbeelden. Het is een kunstvorm waarbij misleiding en desoriëntatie het doel is en beweging is de uitwerking ervan. De meest bekende Op-Art kunstenaars komen uit Amerika, waar namen als Frank Stella en Kenneth Noland bekende namen zijn in deze kunststroming.

 

 

Frank legt uit: Kinetische kunst

Kinetisch. Het woord heeft als betekenis: ‘wat beweging veroorzaakt’.

Marcel Duchamp - Bicyclette

Marcel Duchamp – Bicyclette Bron: Lafabriquerie.fr

 

In de kinetische kunst wordt dan ook met bewegende objecten gewerkt. Zowel natuurkrachten, mechanische krachten of menselijke krachten zie je terug in kinetische kunst. Deze stroming vindt zijn oorsprong in het begin van de vorige eeuw. De ‘Bicyclette’ van Marcel Duchamp wordt beschouwd als het eerste kinetische kunstwerk en stampt uit 1913. Een andere bekende naam is Alexander Calder. Dit is de maker van de verschillende ‘mobilen’. In maar liefst 50 jaar maakte hij ruim 16.000 objecten (dit is gemiddeld 1 per dag!).

Alexander Calder – Mobile Bron: Tate Museum

De ontwikkeling van deze stroming heeft twee belangrijke momenten gekend. Ten eerste de tentoonstelling ‘Le Mouvement’ in 1955. Bij deze tentoonstelling werden een aantal jonge kunstenaars samengebracht die nu gezien worden als de grootheden van de kinetische kunst. De tweede is de oprichting van de Kinetic Artists Organization (KAO) in 2001, waarbij nu ruim 100 kunstenaars zijn aangesloten.

 

 

Gesso

Gesso is een krijtondergrond speciaal voor hout, doek of een ander schildermateriaal en is afgeleid van het Italiaanse woord gesso wat ‘gips’ betekent. Voor de professionele en de amateuristisch is gesso een handig en vooral onmisbaar middel. Deze krijtondergrond is bedoeld om het medium te egaliseren (alhoewel sommige kunstenaars dit middel juist gebruiken om structuur in hun werk te krijgen). Daarbij komt dat de verf niet gelijk in het materiaal trekt. Ook kan je gesso op andere oppervlakten aanbrengen en er vervolgens met gewone acrylverf overheen schilderen.

Giclée

Giclée is een reproductietechniek met behulp van een inktjet printer. De term komt van het Franse woord gicler, wat stralen of vernevelen betekent. Deze techniek wordt voornamelijk gebruikt om reproducties van kustwerken te maken. Ononderbroken inkstralen brengen de verschillende kleurlagen aan op het papier.

Indien er gebruik wordt gemaakt van hoogwaardig papier, hoogwaardige kwaliteit inkt en een zogenaamde piëzo-printkop (waarmee de inkthoeveelheid en frequentie zeer nauwkeurig kunnen worden gedoseerd) kan er een kleurechtheid van meer dan 100 jaar worden gehaald.

Lithografie

Lithografie is een vlakdruktechniek, om precies te zijn een steendruk. Dit houdt in dat de drukplaat vlak is, er zijn dus geen hoger of lager gelegen delen. De drukplaat is een soort kalksteen waarop je kan tekenen of schilderen met een vettig materiaal. De niet beschilderde delen worden afgedekt met arabisch gom en salpeterzuur. Daarna wordt de kalksteen vochtig gemaakt en wordt de steen met inkt ingerold. De inkt hecht zich alleen aan de delen die eerst zijn ingekleurd met het vettige materiaal. Voor iedere kleur is een aparte steen nodig en iedere kleur wordt over de vorige drukgang heen gedrukt, waardoor extra kleurmengingen ontstaan.

 

Frank Zweegers - Lithografie

Lithografie – bron: www.inktdelft.nl/fenneke/index.php/lithografie

Frank Zweegers bespreekt: Dada

Dada, of het Dadaïsme is een stroming in de kunst die opkwam in 1916 en haar hoogtepunt had gehad in 1928. Met dada-kunst zetten kunstenaars zich af tegen de traditionele kunst, de heersende cultuur en de depressie na de eerste wereldoorlog. De toon is spottend en onzinnig. Dadaïsme ligt dicht tegen het nihilisme aan, in haar opzet om irrationeel te zijn, en algemeen geaccepteerde standaarden te ondergraven. Uitingen varieren van performances tot installaties. De relatieve eenvoud zette indertijd de kunsten op zijn kop. Zo werden toevallige of gevonden voorwerpen worden als kunst gepresenteerd, door er net een andere draai aan te geven. Een fietswiel op een kruk bijvoorbeeld.

Frank Zweegers over amuletten

Een amulet is een klein object dat een persoon draagt, met zich meedraagt, of aanbiedt aan een godheid omdat hij of zij gelooft dat het op magische wijze een bepaalde macht of vorm van bescherming zal schenken. De overtuiging dat zo’n symbool bescherming biedt, welzijn zal bevorderen of geluk brengt, is iets dat alle samenlevingen gemeenschappelijk hebben. Zelfs in onze eigen hedendaagse samenleving dragen we bijvoorbeeld religieuze symbolen, een geluksmuntje, of een konijnenpootje bij ons, met één of meerdere van deze doelen voor ogen.

Frank Zweegers over escape games

Een escape game is een spelgenre, dat onlangs van de computer naar de echte wereld is overgebracht. In een escape game moet je uit een kamer, huis of situatie ontsnappen door raadsels en puzzels op te lossen en verborgen voorwerpen en doorgangen te vinden. Dat doe je alleen of in een team, en dus fysiek of in een virtuele omgeving.

Frank Zweegers over lege ruimte

Net als dat een schrijver witregels nodig heeft, en een kok de pauze tussen twee afzonderlijke gangen, zo heeft een beeldend kunstenaar lege ruimte nodig, om het beeld in te plaatsen. Zonder lege ruimte komt een werk niet tot zijn recht en voelt het alsof de kunstenaar niet heeft durven kiezen. De lege ruimte bakent af, laat zien: dit is het werk, en dit is de plek die het inneemt in de wereld. Vooral in de beeldhouwkunst zou de lege ruimte evenveel belang moeten hebben als het volume.

frank-zweegers-Calder

Alexander Calder: Têtes et Queue, Stahl, 1965, Berlin
(bron: wikipedia)